Leeuwentanden

(Melkdistel)

Ik woon op een bloemeneiland met wel 1500 verschillende soorten bloemen, maar kan slechts twee handjesvol ervan benoemen, zoals anemonen, klaprozen, kaasjeskruid, zonneroosjes, orchideeën én paardenbloemen (Taraxacum officinale). Afgelopen weken keek ik verbijsterd naar een naburige paardenbloem die als een raketje de lucht in schoot en inmiddels een hoogte van meer dan twee meter heeft bereikt. Maar niet elke gele bloem is een paardenbloem.

Beddepissers

De Engelsen hebben een term voor dit fenomeen: valse paardenbloem. Gele bloemen met van die leeuwentandachtige bloemblaadjes. Steeltjes en bladeren kunnen echter behoorlijk van elkaar verschillen.

Als kind maakte ik wijn van paardenbloemen: een beker water met paardenbloemen kreeg na een tijdje een gelige kleur. Met wat fantasie kon je dat als wijn drinken (het recept voor echte paardenbloemwijn is iets gecompliceerder). Ik kan me niet herinneren dat ik na zo’n drinkgelag in mijn bed plaste, terwijl paardenbloemen bekend staan om hun urine afdrijvende werking. Vlaamse kinderen zullen wel gewaarschuwd zijn, want daar heten paardenbloemen beddepissers; net zoals in Frankrijk: pissenlit. Terwijl in veel talen de paardenbloem juist is vernoemd naar het Franse dent-de-lion oftewel leeuwentand. In het Engels dandelion en in het Duits (Gewöhnlicher) Löwenzahn.

Paardenbloemlatex

Ik was een ondernemend kind dat onder andere met vriendjes en zelfgebouwde speeltuinen een aardig zakcentje verdiende. Als ik toen had geweten dat de holle stengels van paardenbloemen in hun wanden een soort latex kweekten, was ik nu een rijke vrouw geweest. In de Tweede Wereldoorlog werd er rubber van gemaakt voor autobanden. Nog steeds probeert men uit te vinden hoe paardenbloemlatex kan worden geoogst voor een schappelijke prijs. Voorlopig moeten we echter nog paardenbloemen eten voor hun bloedzuiverende kracht en als een vitaminebommetje vol mineralen en sporenelementen.

Nu de anemonen allang afscheid hebben genomen en ook de rode klaprozen zich langzaam terugtrekken, blijft de kleur geel almaar oplichten in het landschap. Maar niet van de paardenbloemen, die hun bloeitijd er inmiddels ook op hebben zitten. Het zijn leden van de valse paardenbloemen die je nu om de tuin proberen te leiden, zoals de melkdistel (Sonchus).

Minotauros

Met succes, want ook in de Griekse mythologie worden ze door elkaar gehaald. Zo is er de mythe van Theseus, die de Minotauros versloeg. Dit monster dat half man, half stier was, leefde in een doolhof op Kreta en werd gevoed met mensenvlees, waaronder jaarlijks een aantal jongeren uit Athene. De Atheense koningszoon Theseus besloot een einde te maken aan dit bloedvergieten en het monster te doden. Om hiervoor kracht op te doen, at hij drie weken lang paardenbloemen. Met de hulp van de beroemde draad van Ariadne wist hij de Minotauros te verslaan. Of was het dankzij de paardenbloem? In een andere versie van deze mythe at Theseus melkdistels om zich sterker te maken.

Melkdistel

De melkdistel is een uit de kluiten gegroeide paardenbloem met puntige, scherpe bladeren. Enkele weken terug werd Lesvos (en een groot deel van Griekenland) belegerd door Saharazand en ik vraag me af of de melkdistels dat stof gebruikten als multivitaminen, want sindsdien schieten ze onbeschoft hoog de hemel in.

In hun lange en vertakte stengels verbergen ook melkdistels een waterig, latexachtig spul, waardoor de stengels een zurige smaak hebben. Zó zuur dat je de stengel maar beter niet in een salade kunt mengen, terwijl hun jonge bladeren juist wel heel smaakvol zijn en boordevol zitten met allerhande gezonde vitaminen. De plant staat echter niet bekend als grondstof voor sexy latex pakjes of autobanden.

Paardenbloempluizen

Als kind speelde ik met de pluizige zaadbollen van de paardenbloem, zoals ook de melkdistel die heeft. Blies je de bol in één keer van de stengel, dan had je geluk in de liefde.

Je moet er maar opkomen om bloemzaden aan parachuteachtige pluizen te hangen. Misschien was het een uitvinding van Apollo. Die hield ervan om met paard en wagen in vliegende vaart langs de hemel te racen, waarbij hij wervelend stof deed opwaaien. Men zegt dat zodra dat stof weer de aarde kuste, de paardenbloemen opkwamen. Het kan zijn dat Apollo met zijn opwaaiende stofwolken paardenbloempluizen trainde om geweldige vliegers te worden: ze kunnen wel drie kilometer met de wind meeliften. Ik probeerde als kind ook wel eens te vliegen, maar nam nooit een voorbeeld aan paardenbloemzaden. Hun vliegkunst wordt tegenwoordig echter door wetenschappers druk bestudeerd om drones nog beter te laten vliegen.

Dat wist ik als kind niet. In mijn jeugd was er alleen maar paardenbloemwijn van echte paardenbloemen. Hier op Lesvos vieren momenteel de valse paardenbloemen feest, nadat de leeuwentanden hun pluizen hebben verschoten. Ik vraag me af of ze net zulke lekkere wijn kunnen geven.