Natuurlijke speeltuin

Bij Griekenland denkt iedereen aan sneeuwwitte huizen, blauwe luiken, zee en lucht. Sommige huizen op Lesvos zijn inderdaad wit, maar er is slechts één dorpje op het eiland dat het predicaat ‘Grieks wit-blauw’ verdient: Sigri. De overheersende kleuren van Lesvos zijn echter groen en blauw, dankzij de miljoenen groenblijvende olijf- en dennenbomen die overal over het eiland zijn verstrooid. Het gros van de toeristen komt echter alleen voor zon, zee en strandbed en heeft geen idee welke schatten het eiland voor ze verborgen houdt.

Naast de geroemde bloemen en vogels staat het eiland vol met schattige kapelletjes, stoere kerkjes en interessante kloosters. Het zijn echter de betoverende bossen die de meest sensationele plekken herbergen.

Watervallen

Zo zijn er meer dan tien watervallen, een aantal dat in de winter minstens verdubbelt wanneer overvloedig hemelwater Lesvos doet lijken op de Zwitserse bergen, waar het water rijkelijk naar beneden klettert. Ik schat dat ik nog niet eens de helft van de watervallen heb gezien. Ze hebben allemaal hun eigen karakter, maar zijn alle van een verbazingwekkende schoonheid. 

Je hebt een paar wandelschoenen nodig om ze te bereiken en – voor zover ik weet – wordt tegenwoordig alleen het pad naar Man`Katsa aangegeven. Wanneer je de houten wegwijzers naar deze waterval volgt en tenslotte via het steile pad over rotsen omlaag wil klauteren, als het ware een spannend gat in, kun je je nu ook nog eens vastklampen aan een houten reling. De beloning is een meertje aan de voet van de waterval dat uitnodigt om er in te plonzen, terwijl rondom indrukwekkend hoge rotswanden in allerlei kleuren toekijken. 

Ooit was de Pessa waterval, in de buurt van Achladeri, makkelijk te vinden. Maar vanwege water aftappende boeren bruist het water er steeds minder. Bovendien zijn de relingen langs de paden en diepten zo in verval geraakt, dat  wegwijzers zijn vervangen door bordjes met “verboden toegang”, wat de nieuwsgierige wandelaars er niet altijd van weerhoudt zich op eigen risico op de glibberige paden te begeven. Het bosrijke gebied eromheen, met in het idyllische riviertje volop vrolijke waterversnellingen en spannende rotspartijen, is het overigens wél waard om verder te onderzoeken.

Nog meer watervallen

Vathylimno, tussen Pteroenda en Chidera, is misschien wel de meest opvallende waterval van het eiland, omdat daar het water zich over geel tot oranje, grote stenen wanden in een lichtgroen meertje stort. Aan de voet liggen grote, platte stenen in dezelfde tinten in het water te luieren. Ze vormen een grote verleiding tot een middagdutje in deze tropisch aandoende omgeving.

De Methalya (Kriniloe) waterval – met zijn snel vliedende rivier tussen Andissa en Erèsos – bood ooit plek aan een natuurparadijs met een watermolen en overal zitjes, waar je onder weelderige platanen hoognodige koelte kon vinden in de verhitte zomermaanden. De dromen van de eigenaar vervlogen nadat vandalen er flink huis hielden. Deze waterval, toch al nooit makkelijk bereikbaar, is nu nog moeilijker te vinden, omdat sindsdien veel paden zijn afgesloten.

De Klapados waterval is behoorlijk indrukwekkend, en de er rondhangende oude platanen maken de plek nog magischer. Met mos begroeide rotsen, luchtwortels en wat er nog meer woekert, dagen je uit om het riviertje met zijn oeroude bomen een eind te volgen: een sprookjesbos om moeilijk afscheid van te nemen. Het maakt de stevige klim om weer boven te komen, helemaal waard.

Grotten

Verder verschuilen zich nog watervallen bij Skalochori, Anemotia, Parakila, Vrisa, Mesotopos en Erèsos, net zo moeilijk te vinden als de vele, grotten die het eiland rijk is. Sommige ondiepe grotten bieden plaats aan altaartjes om een heilige te eren, en op andere plekken vind je er zelfs complete kerkjes, zoals op Faneromeni (bij Sigri) en bij Molyvos. In de bossen boven Parakila is een verborgen Mariakerkje (Panayia Krifti) deels in een grot gebouwd, een ideale schuilplaats voor menigeen die gezocht werd.

Het is echter af te raden om de grotere grotten, zoals die van Orpheus, dieper binnen te dringen, hoe spannend dat ook moge zijn. In tegenstelling tot Chios, waar je georganiseerd twee enorme grottenstelsels kunt bezoeken, is er op Lesvos nooit onderzoek gedaan of de grotten commercieel kunnen worden uitgebuit. De meeste zijn zelfs niet eens volledig onderzocht, waardoor niemand kan garanderen dat het binnentreden van de ondergrondse ruimten en tunnels veilig is.

Natuurpark

Lesvos kent geen abseilen, raften, bungeejumpen of paragliden: het is gelukkig geen pretpark zoals de Ardennen. Avontuurlijke toeristen – die een strandbedje hoogstens gebruiken om uit te rusten van een fikse ontdekkingstocht – weet het eiland vooral te verrassen met een bijna ongerepte natuur vol met de meest wonderlijke plekken.