Mieren en krekels

Ik vraag me af of Aesopos, de Griekse dichter die rond de zesde eeuw v.Chr. leefde, ook mieren in zijn huis had. Hij verrijkte de wereld met onderhoudende dierenverhalen, die later de basis vormden voor de beroemde fabels van Jean de La Fontaine. Een ervan gaat over een krekel en een mier.

De mier werkte zich een slag in de rondte in de zomer om maar genoeg mondvoorraad te hebben voor de winter, terwijl de krekel de warme maanden nog meer luister bijzette met zijn liederen. Wat hem fataal werd tijdens de winter, toen de honger zozeer aan zijn maag knaagde dat hij bij de mier moest aankloppen voor hulp. Maar de hardvochtige mier verweet de krekel een nietsnut te zijn geweest tijdens de zomer. Hij kon nu gaan dansen om de kou te verdrijven en knalde de deur dicht voor de neus van de hongerige krekel. 

De moraal is dat de krekel zich beter had moeten indekken voor de winter, met een vooruitziende blik. Maar de krekel – die symbool staat voor de kunsten – had de taak om de zomer te verluchtigen. 

Er zijn wel zo’n zestig soorten mieren op Lesvos. Daar zijn we blij mee. Deze kleine ettertjes maken je het leven ‘s zomers soms onmogelijk, omdat ze massaal je huis bezetten en alles wegslepen wat maar in hun wintervoorraadschuur past. Vraatzuchtige dieren. Irritant, ook al zullen ze best wel hun steentje bijdragen in de natuur.

De kanker heeft bezit genomen van mijn lichaam, en terwijl er mieren zijn die hele bouwwerken ten val kunnen brengen, doen de tumoren dat met mijn lichaam. Ze slurpen mijn levenskrachten op en maken me bedlegerig, zodat ik steeds meer tijd krijg om de mieren te bestuderen.

Maar dat is niet helemaal zo. Terwijl zwarte huis-, tuin- en keukenmieren heel zichtbaar buiten op de waslijn wachten tot ze zich de was kunnen toe-eigenen of soms rondjes rennen rondom de badkuip, zit er deze zomer een nieuw volk binnen. Ongeveer 6 mm grote mieren, zwart met een rode kop, zwermen vooral door de keuken. Volgens een onderzoek op internet zijn het Rode schorpioenmieren (Crematogaster scutellaris). De naam alleen al jaagt me op de kast, daar het huis af en toe jongleert met ander gespuis zoals duizendpoten, kameelspinnen en soms een schorpioen. Het voornaamste doelwit van de schorpioenmieren was de pot honing, die nu veilig en wel in een bak water rust. Geen idee waar die enge beesten dan nu op uit zijn. Het probleem is dat wanneer ze je aan zien komen, ze zich razendsnel uit de voeten maken, als een volleerde schorpioen. Dus vanaf het ziekbed deze monstertjes bestuderen, zit er niet in, zeker nu ook de honingsnoepjes achter slot en grendel zitten en je maar heel af en toe een flits van ze te zien krijgt.

Moe geworden van hun eeuwige verstoppertje spelen, sluit ik de ogen en word getrakteerd op het vrolijke concert van de krekels. Krekels zie je niet wegschieten zoals schorpioenen, want ze blijven meester in het zich verbergen tussen het groen van de bomen. Het is heel makkelijk om mieren te verdelgen, maar een krekel een opdonder geven omdat zijn geluid te hard staat, is een haast onmogelijke opgave vanwege zijn onzichtbaarheid. Krekels geven echter slechts zelden aanleiding tot klachten. Alleen wanneer de hitte toeslaat en zij het uitschreeuwen, kan dat wel eens tot geluidsoverlast leiden.

Geen idee hoeveel soorten krekels zich ophouden op Lesvos. Maar het eiland heeft wel zijn eigen krekel: de Mytilene heldere struikkrekel (Poecilimon mytelensis). Zie die maar te ontdekken. Een onmogelijke taak, in ieder geval vanuit mijn bed. Wanneer hun liederen nu per soort waren te onderscheiden, had ik een kans gemaakt. Maar nee, krekels maken behoorlijk monotone muziek. Ik zou zelfs niet weten hoeveel krekels er aan één muziekstuk deelnemen. Maar ondanks hun ietwat saaie programma, blijven krekelconcerten voor mij altijd de stem van de zomer in het zuiden van Europa. En zelfs nu ik al van zoveel zomers op Lesvos heb genoten, blijft hun monotone gezang een balsem voor de ziel. 

Nu ben ik gevloerd door de kanker en heb alle tijd om rustig naar de krekels te luisteren, toch echt aangenamere dieren dan die vraatzuchtige mieren. Het zijn muzikanten die nodig zijn om het leven te veraangenamen. En zo verglijdt mijn eilandleven in een steeds kleinere wereld.