In Parijs had ik een klein tuintje en in Amsterdam een dakterras, maar ik heb me nooit aan rozen gewaagd. Dat kwam pas op Lesvos. Maar ik had geen groene vingers, ook al kwamen de rozen voor het huis deze winter in volle bloei om te protesteren dat ik enige tijd in Nederland verbleef voor kankeronderzoek. Pas toen ze uitgebloeid waren kwam ik terug, en ze beloonden me later met een magere voorjaarsbloei.
Rozen zijn zo oud als de wereld. Uiteraard wordt hun ontstaan verklaard door Griekse mythes. Één versie vertelt over Aphrodite die neerknielde bij haar stervende geliefde Adonis, gewond geraakt bij de jacht op beren. Uit haar geplengde tranen en zijn bloed ontstonden knalrode rozen, die sindsdien worden geassocieerd met Aphrodite en de liefde. Cupido, dat engeltje dat zo graag voor koppelaar speelt, kan verantwoordelijk worden gehouden voor de doorns van een roos, toen per ongeluk een van zijn pijlen in een rozentuin terechtkwam.
Ik zou wel willen dat er een mythe bestond waarin de roos geneeskrachtige eigenschappen had, tegen kanker uiteraard, maar verhalen uit de middeleeuwen vertellen hoogstens over rozenblaadjes die dronkenschap konden voorkomen wanneer ze in je wijn dreven, of dat ze goed waren tegen rimpels.
Ze kunnen wel wat, hoor, die schitterende bloemen. Zoals de rozen van Piëria die kunstenaars en wetenschappers groot maakten. Zelfs Sappho noemde ze in haar gedichten. Deze fameuze bloemen groeiden naast de heilige bron van Piëria, in Macedonië, aan de voet van de godenberg Olympos. De bron was gewijd aan de muzen en de Piëriden. Dit waren negen zusters die de muzen uitdaagden wie de mooiste liederen konden zingen. De Piëriden verloren en werden veranderd in negen verschillende vogels.
In die tijd kreeg je geen kanker maar werd je door de goden in planten of dieren veranderd. Misschien keer ik ook nog wel terug op aarde. Het liefst als een vrolijk door de lucht zwevende Griekse zeemeeuw, zodat ik mijn honger naar vrijheid, zee en vis kan blijven stillen (ja, ik ben opgegroeid met Jonathan Livingston Seagull).
Ook Orpheus zal zich aan de bron van Piëria hebben gelaafd. Hij kwam tenslotte van het naburige dorp Leibethra, waar hij volgens de verhalen ook is begraven door kwade muzen die hem eerst vermoordden. Maar wij weten allemaal dat zijn hoofd en zijn lier hier op Lesvos zijn aangespoeld.
Het was dus Orpheus die Lesvos inspireerde tot muziek en lyrische woorden, waar Sappho zo goed in was. En die Sappho leerde over de rozen van Piëria als inspiratiebron van de kunsten. De rozen bleven bloeien op Lesvos.
Al die kunst en rozen mochten niet baten. Lesvos is weer eens in crisis, las ik in de krant. De gedecimeerde veestapel en de verboden op slacht en verwerking van melk, heeft een behoorlijk gat in de economie geslagen. Ook met de olijfhandel schijnt het niet goed te gaan. De luie denkers die de gehele dag treintjes en bussen vol toeristen voorbij zien trekken, zijn van mening dat toerisme de pot met goud is en geloven niet dat het eiland verder nog potentieel heeft.
Ze hebben het mis. Lesvos kan zelfs uitgroeien tot een schoonheidseiland. Imkers in Sigri en Mandamados stoppen hun honing niet alleen in potten, maar ook in allerlei schoonheidszalfjes, tegen rimpels of tegen het ouder worden van de huid. Dat die nog niet zijn ontdekt door de Tik-Tokkers! Ik had er wel als Cleopatra kunnen uitzien, als die kutkanker geen roet in het leven had gegooid.
En dan is Lesvos hard op weg om een rozencentrum te worden. Eleni Sivri gebruikt haar honderden rozenstruiken bij Filia om internationaal prijswinnend rozenwater en rozenolie te produceren. Hiervoor gebruikt ze recepten van haar oma en de oudst gecultiveerde rozen, Damascenerrozen, die niet zijn te verslaan met hun sterke aroma. Daarnaast produceert ze druiven- en vijgensiroop, verrijkt met het helende duizendblad, maar dat kun je natuurlijk niet in schoonheidsmiddeltjes stoppen zoals rozenproducten.
Ook Anna Liamo Bartling bouwt ijverig verder aan haar rozenboerderij bij Favios. Als schoonheidsspecialiste weet ze precies, waar en hoe de Damascenerrozen van pas komen in haar middelen om het uiterlijk van de mens te plezieren.
Zou Sappho nu geleefd hebben, dan zou ze boeken vol passionele gedichten hebben geschreven over Eleni en Anna en hun liefde voor rozen en schoonheid. Ze zou ze zelfs geholpen hebben rozen van Piëria te bemachtigen. Ik zou het liefst mijn bed tussen al die rozenstruiken zetten om te sterven tussen de hemelse rozengeur. Maar zo’n verstuiver met rozenwater uit Filia maakt al heel wat goed.










