Canto Ostinato

De vogels van Lesvos hebben altijd het hoogste woord, en zeker in het voorjaar. Piew, piew, komt er weer een voorbij en nestelt zich in een olijfboom. Dan fladdert er weer wat van boom tot boom, tjiep, tjiep: een vlaag van bruine veertjes, of zie ik ook blauw? Merels, nachtegalen als echte diva’s. Roekoeko, roekoeko, het haast mediterende geluid van koerende duiven. In Nederland zijn deze vogels niet geliefd omdat ze zich in het bastion van de mens hebben gevestigd, in steden, waar ze zonder kattenbak dan maar hun behoeftes doen op vensterbanken en ander uitstekend beton. Maar hier op Lesvos hou ik wel van deze rustige vogels, die gemoedelijk op de elektriciteitsleidingen zitten te filosoferen.

Kankertumoren laten hoogstens de longen zingen, letterlijk piep-piep. Een geniepig geluid dat het niet haalt bij vogelgezang.

Daar komt de wind: woeiii woeiii. Hij gaat dwars door de bomen en bespeelt de bladeren, die dan een zacht ritselend geluid produceren: kss, kss. Een orkest in opbouw, terwijl de vogels het achtergrondkoor vormen: pspiejo, pspiejo. Het eiland is zelden zonder geluid, in tegenstelling tot Nederland waar autoverkeer het land nooit meer stil krijgt. Wanneer de wind geen ritme aangeeft en de vogels slapen, zijn er altijd wel sjirpende of knagende insecten, krnn, krnn, die een zachte opera ten gehoren brengen. En dan is er het tjuut tjuut van de dwergooruilen die alleen in de nacht optreden.

Kankertumoren kunnen je keel ook zaaggeluiden laten maken: grr, grr, zachtjes, wanneer je ligt te slapen.

Orpheus was een geliefde muzikant die de mensen blij en gelukkig maakte met zijn liederen. Toen zijn vrouw Eurydice door een fatale slangenbeet in de onderwereld belandde, wist hij met zijn muziek Hades te overreden haar weer te laten gaan. Ze mocht hem naar de bovenwereld volgen, maar hij mocht niet achterom kijken, wat hij toch niet kon laten, waarop Eurydice voor eeuwig in de onderwereld moest blijven. Orpheus was zo ontroostbaar, dat hij zijn lier niet meer aanraakte. De Maenaden – nimfen die Dionysos altijd volgden en leefden van zang en dans – werden kwaad op Orpheus omdat hij hen niet meer wilde voorzien van muziek. Ze scheurden hem in stukken en wierpen deze in zee. Zijn hoofd en de beroemde lier spoelden aan bij Oud-Andissa, de stad van die andere bekende muzikant uit de oudheid, Terpander. Wanneer je er op het strand staat, daar waar de muren van de oude stad nog deels overeind staan, lijken de golven, de wind en het drukke getsjilp van bijeneters een doorlopende voorstelling te geven van Orpheus’ werk.

Ik heb woedende tumoren in mijn lijf die het liefst mijn longen zouden willen verscheuren. Maar ik laat me niet zomaar in zee gooien. En ik zal geen muziek nalaten. Hoogstens wat woorden.

Ik ben geen muzikant, maar wel een muziekliefhebber. Ik ben geen vogelspotter en weet niet veel van vogels, maar ben wel een fervent toehoorster van hun eeuwige concerten. Vogels maken een soort minimalistische muziek met repeterende noten, net als een van mijn favoriete muziekstukken: Canto Ostinato van de Nederlandse componist Simeon ten Holt.

Ik had de eer hem te kennen. Hij noemde mij het Piratenmeisje, toen hij zijn muziek kwam introduceren in mijn radioprogramma Polaroid dat ik presenteerde op de piratenzender GOT in Amsterdam. Ik had de eer hem te vergezellen naar Los Angeles waar hij leerlingen van CalArts hielp bij het instuderen van dit prachtige stuk voor vier piano’s. Wanneer ik de tonale tonen van Canto Ostinato de olijfgaard instuur, zijn de vogels even stil, maar beginnen vervolgens mee te tetteren, alsof ze het geluid van deze vreemde vogel een welkom heten in hun midden. Deze compositie is op hun lijf geschreven: kleine series noten, die elkaar achterna zitten, zich herhalen of over elkaar heen buitelen.

Kankertumoren hebben geen repeterende noten op hun zang. Zij marcheren voort, knabbelen aan mijn leven en maken me niet vrolijk.

Wat zou ik graag Canto Ostinato hebben zien opgevoerd worden hier op het eiland: onder de Griekse sterrenhemel, waar de pianonoten gewiegd zouden worden door het gekabbel van de Egeïsche zee, een zacht briesjes dat door de bomen trekt en het gerinkel van ronddolende geiten in de verte. Ja, ik weet het, Simeon, je hield niet van de variaties die er ontstonden op jouw mooie compositie. Maar ik weet zeker dat het achtergrondkoor van Lesvos zelfs jou zou bekoren. Jouw muziek maakt me gelukkig en helpt me om de kanker te verdragen.