Ballen, jenever en kerstklokken

(Groene zeeballen of bolwier)

Je hebt gehaktballen, voetballen, teelballen, uilenballen, tennisballen, kerstballen en nog een heleboel meer ballen, maar wie heeft ooit gehoord van Groene zeeballen? Je zou ze zo in de kerstboom hangen, deze groene, sponsachtige algen, die op de zeebodem liggen te wachten tot een storm ze mee op reis neemt en ze op een strand smijt waar ze langzaam zullen sterven.

Groene kerstballen

Dit balwier, Codium bursa, zijn op het droge net langzaam leeglopende, kleine voetballen, wiens gedeukte vorm steeds meer de overhand krijgt, tot ze hun schoonheid hebben verloren en – verlept tussen zand en kiezels – langzaam voeding geven aan wat er maar op het strand leeft. Voor bepaalde dolfijnen, zeehonden, spinkrabben, krokodillen en zwarte beren zijn het feestelijke oliebollen, maar hun ziltige smaak kan ook de mens verleiden. Het totaal anders uitziende broertje viltwier (Codium fragile: geen bol maar een vertakkend zeewier), is zelfs bekend als delicatesse, ook al doet de Engelse naam ervan dat niet vermoeden: Dead man’s fingers. Vooral in Azië worden deze Vingers van een dode man ingelegd en als salade gegeten. 

Afgelopen week had een storm een grote kolonie Groene zeeballen als een kerstcadeautje op het strand achtergelaten, en toen ik eenmaal wist wat het waren, durfde ik ze niet mee naar huis te nemen om wat culinaire experimenten ermee te wagen. Door hun steeds verder indeukende vorm verloren ze ook snel hun kerstballenwaarde.

Jeneverbes

Wanneer je op Lesvos een heerlijk ruikende, kleine, groene pijnboom uit de bossen rukt, is het een hele opgave om er kerstballen in te hangen, daar takken en naalden heel fragiel zijn en al doorbuigen als je er een theezakje in hangt. Lang niet zo stoer en sterk als een kerstspar, die niet in de natuur van Lesvos voorkomt. Daarom was ik blij verrast de jeneverbesstruiken (Juniperus communis) te ontdekken. Deze groenblijvende struik met forse bessen die van groen naar zwartblauw kleuren, is misschien zelfs sterker dan een kerstboom.Het zijn coniferen die behoren tot de cypressenfamilie en de takken zijn dicht begroeid met naalden, die gemeen kunnen prikken. 

De Grieken smeren dennenhars op de wanden van houten vaten met witte wijn, waarna je retsina krijgt. Nederlanders stoppen jeneverbessen in moutwijn, destilleren dat en krijgen zo hun beroemde jenever. Grieken drinken liever ouzo of tsipouro en misschien daarom kan de jeneverbes op Lesvos in alle rust groeien, onopgemerkt op berghellingen en tussen gele rododendrons. 

Ik kwam in de verleiding om uit te kijken naar een kerstboomvormige jeneverbesstruik, maar toen ik een mooie zag, besloot ik die toch maar tussen de fraaie groene mossen, paddenstoelen en dennenbomen achter te laten, want zoveel exemplaren stonden er nu ook weer niet.

Kerstklokken

Je zou lange slingertakken Bosrank (Clematis cirrhosa) rond een dennenboompje kunnen wikkelen als versiering. Deze in het wild groeiende winterclematis laat speciaal met kerst haar witte klokjes luiden en doet heel wat donker wintergroen oplichten in natte, koude tijden. Ook al produceren deze bengelende bloemen geen vrolijk geklingel, ik noem ze toch kerstklokjes, oftewel jingle bells. Hoe verleidelijk ze ook zijn, ook deze plant laat ik met rust: ik denk niet dat ze het binnen bij de houtkachel lang uithouden.

Ik heb al jaren een kunstkerstboom die ik helemaal vol hang met kleurrijke kerstballen en een lichtslinger. Maar voor volgend jaar ga ik toch eens nadenken over een jeneverkerstboom met Groene zeeballen en een slinger van jingle bells.

Fijne feestdagen en een gelukkig 2024!