Het uitzicht

Kankercellen kunnen m’n longen vernietigen, maar kunnen nooit stukmaken wat mijn hart beroert. Zoals met de auto rondzwerven over het eiland, waar de bloemen langzaam plaatsmaken voor de zomerhitte en de vruchten. 

Lesvos bestaat grotendeels uit heuvels en bergen, en waar je ook rijdt, telkens word je getrakteerd op gulle uitzichten: over bergen die de sporen dragen van miljoenen jaren oude, geologische geschiedenis, maar vooral over de zee, die in al haar kleurschakeringen blauw telkens weer tevoorschijn piept van achter een bergrug.

Wanneer de onverharde, desolate weg van Sigri naar Erèsos met zijn barre heuvels uiteindelijk de groene vallei van Erèsos openbaart, voelt het alsof je voor een dal vol reuzen staat. Grillige en scherpe bergtoppen vechten om aandacht. Hier voel je de vulkanische kracht van de aarde, een sterk leven dat niet te vernietigen valt. 

De mooiste top van het eiland, de Profitis Ilias boven Parakila, biedt schitterende uitzichten over het eiland, maar is vooral een paradijs voor lentebloemen zoals pioenrozen en de bron van de watervallen van de gele rododendrons, die vanaf die berg gestadig naar beneden stromen. Hier voel je je onaantastbaar en boven de wereld.

Je hoeft geen bergen te beklimmen voor sensationele uitzichten. Ook de Aspronisia (Witte eilanden), gezien vanaf Palios, krijgen een mysterieuze uitstraling door de lichtblauwe zee die goedmoedig zijn witte kusten kust. Je voelt dat de goden niet ver weg zijn. 

Ik zou een Circe willen zijn – een halfgodin met magische krachten – alleen op een eilandje. Dan zou ik de strijd tegen de kanker zeker winnen. 

We zijn op weg naar mijn favoriete uitzicht en kersen in Ayasos. Dit traditionele bergdorp is in de late herfst bekend om zijn kastanjes, maar in de vroege zomer vallen de rood gespikkelde kersenbomen op. De weg langs de bovenrand van het trechtervormige dorp geeft al een schitterend uitzicht over de bont gekleurde huizen. Iets verder weg worden de kersenbomen steeds vaker afgewisseld met kastanjebomen, wier toppen getooid met geel gekleurde kaarsen vrolijk afsteken tegen een intens blauwe hemel.

De weg voert langs het voormalige sanatorium naar het kastanjebos, een wonderschone plek vol woudreuzen op stijle hellingen, gegarneerd met een uitbundig palet aan bloemen, zoals pioenrozen, tulpen, orchideeën, aronskelken en levensgrote wegdistels. Daarboven orkestreren vogels concerten om deze magische plek te eren. Af en toe schieten er al vergezichten over de Golf van Jèra langs, terwijl in de verte de bergen van Turkije lonken. Maar voor het meest betoverende uitzicht moet je het kastanjebos uitrijden, op weg naar Karionas. Daar, even voor de Kristalberg, rijdend over een smalle bergrug, kijk je links uit over de baai van Jèra met zijn grillige kusten. Over de bergen heen – waarachter Mytilini en het vliegveld zich schuil houden – kijk je diep Turkije in, mochten de weergoden je een heldere dag hebben geschonken. Aan je voeten lopen steile berghellingen naar beneden waar een sliert dorpen zich uitstrekt: Mesagros, Skopolos, Pappados en Paliokipos, het dorp waar de wieg stond van de beruchte piraat Barbarossa. 

Zelfs deze op zee zo succesvolle Roodbaard had niks tegen mijn kankercellen kunnen uitrichten. 

En dan de andere kant van deze door kristallen geplaveide weg: turend over golvende heuvelruggen  die samenvloeien in een groen dal, dobbert Chios als een luierende sultan hoog op de turquoise zee, gedragen door een bed van nevel die het grote eiland een mysterieuze sfeer geeft. 

Megalochori, ooit de regionale hoofdstad, is door bergen onttrokken aan het zicht. Toen het tijdens het midden van de negentiende eeuw te vaak werd geteisterd door bosbranden en de olijfbomen ook een flinke knauw kregen van een veel te strenge winter, trokken de inwoners naar de kust, waar het fraaie stadje Plomari ontstond, dat vanaf ons uitzicht ook verborgen blijft achter glooiende heuvels.

Aan je voeten tekenen sporen van recentere, agressieve vlammenzeeën de berghellingen die verspringend naar de zee afdalen. Die brand gebeurde tientallen jaren geleden. De littekens lijken geheeld. Nu ontstaat er weer aarzelend het begin van een nieuw bos. Moordpartijen, aardbevingen, bosbranden of extreem weer: het eiland weet zich telkens weer te herpakken.

De mens die maar een speldenprik aan tijd op deze aarde mag vertoeven, heeft lang niet zoveel veerkacht. Mijn lichaam al helemaal niet meer. 

Ook Chios heeft behoorlijk vernietigende tijden meegemaakt, maar blijft stevig overeind in de lichtblauwe zee. Ik had zo graag nog een keer willen ronddwalen op dit geliefde eiland, met zijn betoverende mastiekdorpen, ruige natuur, uitbundige uitzichten en Volissos, het dorp dat vorig jaar de dans van een vuurhaard ternauwernood is ontsprongen. Maar mijn energie komt op een steeds lager pitje te staan en hier, boven op een smalle richel in de bergen, waar Chios zich als een god uit de nevelen verheft, werp ik het een kushandje toe als een vaarwel.