Niki

Griekenland betekent stralende zon, blauwe zee en lucht, witte huizen en kneuterige taverna’s met tzatziki, tomatensalade en souvlaki. Met een beetje geluk zie je behalve het strand of het zwembad ook nog wat authentieke dorpen, waar je de geur van een leven kunt opsnuiven van de tijd voordat het toerisme massaal de eilanden onder de voet liep en het charmante Griekse leven er nog magisch was. Tenminste, zo stellen veel mensen zich dat voor. 

Al voor de Tweede Wereldoorlog prezen schrijvers het land van de goden en mythen de hemel in zonder spanningen te noemen, zoals Henri Miller (De kolossus van Maroussi, 1941) of Lawrence Durrell (Prospero’s cell, 1943). Lawrence Durrell verhuisde in 1935 met vrouw en kinderen naar Korfoe. Een jaar later werd de in 1918 opgerichte communistische partij in Griekenland, de KKE, verboden en was het gedaan met de rust in Griekenland. Partijleden riskeerden naar de gevangenis gestuurd te worden, of verbannen naar een klein, armoedig eiland. 

In de Tweede Wereldoorlog was de communistische partij goed genoeg om mee te helpen de Duitsers te verjagen. Eenmaal de wapens weer neergelegd, hielp Engeland – doodsbang voor Stalin en de Russische communisten – het Griekse leger met de heropende jacht op de communisten, nu op veel dramatischere schaal. In deze fikse burgeroorlog probeerden (communistische) verzetsstrijders nog te vechten voor een ideale staat, maar na drie jaar ellende werd in 1949 de vrede getekend en moesten de communisten nog steeds op hun tellen passen om niet gevangen, gemarteld, geëxecuteerd of verbannen te worden. Pas in 1974, toen ook de kolonels verdreven waren en Griekenland weer kon ademhalen, werd de KKE weer gelegaliseerd.

Vroeger werden er ook bannelingen naar Lesvos gestuurd. Het was toen overwegend communistisch, met als zetel Mandamados, ook wel ‘Klein Moskou’ genoemd. Nog steeds is de KKE in dit stadje de grootste partij (zie meer over het communistische Lesvos: Het rode eiland).

In 1960 schreef de Nederlandse schrijver A. den Doolaard weliswaar Grieken zijn geen goden, maar hij brandde niet zijn vingers aan de politiek. Ook Bertus Aafjes dwaalde in de jaren ‘50 langs allerlei Griekse trekpleisters in Griekse kusten, kennelijk zonder schaduwzijden.

Ik kwam erachter dat Griekenland niet altijd dat zonovergoten paradijs was, toen ik Een man van Oriana Fallaci las. Deze Italiaanse journaliste raakte verliefd op de Griekse verzetsstrijder Alexandros Panagoulis (1939 – 1976) en schreef dit hartverscheurende boek over hem, dat in 1979 uitkwam. Het gaat over hun romantische relatie, maar vooral over de martelpraktijken die Panagoulis moest doorstaan, wat het nodige stof deed opwaaien.

Ook de populaire Britse televisieserie Wie betaalt de veerman uit 1977 stipte de burgeroorlog aan, die allesbehalve simpel was: hele families werden verscheurd en zo’n 160.000 mensen lieten het leven. De Tweede Wereldoorlog en de daarop volgende burgeroorlog blijven een veel voorkomend onderwerp in de Griekse literatuur, zoals ook in Arrested Song (The Captive sun) van Irena Karafilly, dat in Molyvos speelt.

Maar geen boek dat zo verhelderend is over die onrustige tijden als Niki*, gepubliceerd in 2014, van de Griekse schrijver Christos Chomenidis, die een familiekroniek baseerde op het leven van zijn moeder. Het is een meeslepend verhaal over een meisje wiens vader een prominent lid was van de KKE en – net zoals haar moeder – altijd weg was: om te vechten, in verbanning of in de gevangenis.

Het is een indrukwekkend verhaal dat – verteld door een kind – niet al te zwaar is en spelenderwijs heel wat over de jaren vertelt toen Griekenland zo met zichzelf overhoop lag. Maar het geeft ook meer inzicht in de tijden dat de arbeiders zich roerden, aangemoedigd door Stalin en zijn sovjetidealen. Het was toen nog lang niet bekend wat voor een schrikbewind Stalin voerde, waardoor hij zelfs tot zijn dood in Europese communistische kringen nog als een held werd gezien. 

Naast alle politiek is het een interessant portret van het zich snel ontwikkelende Athene, dat vol met oude, armoedige buurten het puin van haar geschiedenis aan het opruimen is. Met interessante weetjes, zoals waarom er zoveel witte huizen in Griekenland zijn. Heel af en toe dwaalt het verhaal naar een eilandje waar bannelingen zo goed mogelijk een leven onder de brandende zon proberen op te zetten.

Nu de stofwolken zijn opgetrokken en menige schrijver het alleen nog maar heeft over problemen zoals tijdens het opknappen van een Grieks huisje (Cathy Lewin in Water bij de ouzo), zouden heel wat Grieken graag worden verbannen naar zo’n idyllisch eilandje. De reis ernaartoe is tegenwoordig echter voor veel Grieken niet meer te betalen. Misschien dat de KKE met haar socialistische inslag en voornamelijk nog gesteund door boeren, aan een opleving toe is: wanneer een zorgeloos leven, net zoals vroeger, alleen nog voor de rijken lijkt te zijn weggelegd, wordt het tijd dat de ouders van Niki weer in actie komen.

Niki, uitstekend vertaald door Hero Hokwerda, is een ultiem geschiedenisboek in romanvorm. Een boek om van te genieten, heerlijk uitgestrekt in de weldadige schaduw van een olijf- of andere boom, aan de rand van het kabbelende water. Of gewoon verbannen naar een woonkamer, dromend van de Griekse zon, die niet voor iedereen scheen. 

*Christos Chomenidis – Niki (Niki, vertaling Hero Hokwerda), Prometheus 2023