Klaproosballen

1 mei wordt in de meeste landen ter wereld gevierd als de Dag van de Arbeid, maar in Griekenland worden die vrije dag de bloemen in het zonnetje gezet. Bloemenkransen worden gemaakt en uitgedeeld, auto’s rijden rond met bosjes bloemen geklemd tussen de ruitenwissers en men trekt er massaal op uit om van de bloemen in het landschap te genieten.

Ook Molyvos stroomde helemaal vol met lokale toeristen. Dit middeleeuwse stadje is niet bepaald een Keukenhof, maar wel een geliefde bestemming voor dagjesmensen op een vrije dag. Het overdadige groen dat tussen oude stenen door omhoogkomt zorgt trouwens ook voor een wilde bloemenpracht. De weg vanaf de hoofdstad Mytilini voert langs open weilanden en vooral langs olijfboomgaarden, waar zich onder het bleke groen van de olijfbladeren bloemenvelden uitstrekken in allerlei kleuren. Het eiland is op z’n mooist deze dagen: een ideale tijd om tripjes per auto te maken. 

Nabij Achladeri zijn beroemde velden die kunnen wedijveren met een Hollands bollenveld: helemaal rood van de klaprozen vormen ze een gewild object om te fotograferen. Maar ook de knalrode kleur van een of twee klaprozen wiegend in een veld vol groen en andere kleuren geven aanleiding tot een foto. 

Klaprozen zijn meer bekend als opiumbollen dan als sierbloemen. Opium kan pijn verminderen, je in een roes brengen of je een zoete slaap doen slapen. Een stof die je verslaafd kan maken en een wisse dood kan betekenen. Zo waren de Romeinse keizer Marcus Aurelius, de schrijver Charles Dickens, de filmster Bela Lugosi en zelfs de wereldberoemde verpleegster Florence Nightingale allen verslaafd aan dit rustgevende goedje. 

En nog vele anderen, want opium was al bij de oude Grieken bekend: hun goden voor slaap (Hypnos), nacht (Nyx) en dood (Thanatos) droegen vaak als symbool een klaproos. Ook de goden Apollo, Asklepios, Ploeton, Demeter, Aphrodite, Kybele en de Egyptische godin Isis werden weleens afgebeeld met een bosje klaprozen versierd met korenaren in de hand.

Pas in de 8ste eeuw v.Chr. werden klaprozen voor het eerst op schrift genoemd. Hesiodos noemde de stad Mekone (Klaprozen-stad, in de regio van Korinthe), waar Prometheus een dosis klaproossap gaf aan een os om de goden gunstig te stemmen. Theophrastos schreef dat een combinatie van het sap van klaprozen en gevlekte scheerling (Conium maculatum) een pijnloze en makkelijke dood kon geven. In de Odyssee, geschreven door Homeros, wordt klaproossap gebruikt, ditmaal om mensen te verdoven teneinde hun de ellende te doen vergeten. Aristoteles erkende het sap als een drug en zowel Hippocrates als Theophrastos noemden verschillende soorten klaprozen en hun verschillende toepassingen.

Archeologische vondsten hebben bewezen dat de oude Grieken al veel langer deze bloem gebruikten als genot- en heelmiddel. Zo werd op Kreta een vrouwenbeeldje uit de Minoïsche tijd gevonden, met spelden in het haar die de vruchtdozen van klaprozen voorstellen. Archeologen noemde deze onbekende dame daarom de godin van klaprozen en helende krachten. Deze kenmerkende vruchtdoos van de klaproos bleek op veel meer vondsten te figureren, waaruit men kan afleiden dat opium een heel oude drug is, waar vooral priesters en priesteressen, koningen, goden en andere hooggeplaatsten goed raad mee wisten.

Lesvos staat echter niet vol met klaprozen waaruit je opium kunt maken: de Papaver somniferum, in het Nederlands ook wel slaapbol genoemd, heeft een bleekgroene stengel en de kleur van haar bloemblaadjes kunnen variëren van wit tot roze, paars en donkerrood. Ze schijnt op het eiland voor te komen, maar niet in die getale dat je er een opiumkit mee kunt onderhouden. 

De klaproos die het meest op Lesvos voorkomt, is de rode Papaver rhoeas, ook wel grote klaproos genoemd. Verder kun je er ook een kleinere variant aantreffen: de ruige klaproos (Papaver argemone); of de wat blekere variant bekend als de bleke klaproos (Papaver dubium) en de gele hoornpapaver, die uitsluitend langs de kusten staat te pronken (Glaucium phoeniceum).

Terwijl de slaapbol in het oude Griekenland veelvuldig voorkwam, is er tegenwoordig nog maar weinig van deze soort te vinden in het land. Misschien om die reden kent het zaad van deze bloem – het smakelijke, zwarte maanzaad – niet veel toepassingen in de Griekse keuken (net als in de Hollandse keuken, trouwens): er wordt hoogstens een broodje mee versierd. Vroeger werden baby’s wel eens in slaap gesust met wat druppels van de gewone klaproos, waarin minieme hoeveelheden rustgevende stoffen zitten. Of de moderne moeders zich hier nog aan wagen, weet ik niet. 

Hier op het eiland wordt nog veel bladgroen gegeten dat in het wild geplukt wordt, de zogenaamde chorta: bladeren van onder andere de paardenbloem, mariadistel of brandnetel. Het zijn voornamelijk de jonge bladeren die worden geplukt en in de keuken belanden ter voorbereiding van een supergezond gerecht. Zo ook de bladeren van de ruige (kleine) klaprozen (jonge klaproosbladeren schijn je zelfs rauw te kunnen eten, maar dan moeten ze wel worden geplukt voordat de zaaddoos is gevormd). In een restaurantje in Ayasos serveerden ze vorige week niet alleen vers geplukte morieljes (zakjeszwammen), maar hadden ze ook klaproosballen op het menu. Er zat natuurlijk geen opium in… Maar Grieks eten is wel een beetje verslavend, vooral als je zo’n restaurantje aantreft waar ze voedselprodukten – vers uit de natuur – weten om te toveren tot tongstrelende, verrassende gerechten.