(Mariadistels)
Op Lesvos schieten de bloemen haast met explosieve kracht uit de aarde. Elke lente is dat weer een ware belevenis, en zeker nu de winter zoveel regen bracht, zijn de bloemen niet te tellen. Ze houden grote samenscholingen in de olijfgaarden, ze geven massaal kleur aan de bermen, en groene weilanden veranderen in bonte tapijten.
Dankzij de palliatieve bestralingen kan ik deze wonderlijke wereld nog een keer aanschouwen en tuf ik met vrienden over het eiland, “ah” en “oh” roepend, alsof ik niet al meer dan twintig maal van dit schitterende schouwspel heb mogen genieten.
Nu de felgekleurde anemoontjes hun beste tijd hebben gehad, komen de klaprozen. Stiekem kijk ik uit of er nog slaapbollen op het eiland zijn overgebleven: de opiumpapaver (Papaver somniferum). Ooit groeide die massaal in Griekenland, zeker ten tijde van Hippokrates (ca. 460 – 370 v.Chr.), die wist dat je opium kon oogsten uit deze bloemen om pijn te verzachten. Nu zijn het grotendeels de grote klaprozen (Papaver rhoeas) die de velden van Lesvos knalrood kleuren. Deze soort bezit weliswaar een vergelijkbare stof als die van de opiumbollen, maar is lang niet zo krachtig. Ik heb nog geen morfine nodig, dus ik hoef niet te gaan experimenteren om nog wát verzachtende stof uit donderbloemen* te krijgen.
Ook de affodillen (Asphodelus aestivus)** woekeren waar ze maar kunnen. De Grieken fluisteren dat elke bloem voor een gevallen soldaat staat, en ik vraag me af of hun uitbundigheid van dit voorjaar iets te maken zou kunnen hebben met de oorlog die recentelijk door twee idioten is begonnen.
Minder opvallend maar ook welig tierend, zijn de mariadistels (Silybum marianum), die – zo gaat de legende – zijn bevlekt met de moedermelk van Maria toen ze halsoverkop met haar baby Jezus moest vluchten voor de Romeinen. Affodillen zijn eetbaar maar niet smaakvol; mariadistels daarentegen zijn dat wel. Vanwege hun stekelige bladen is het wat bewerkelijk om ze klaar te maken, maar eenmaal gekookt en zacht krijgen ze een delicate spinaziesmaak***. Ze hebben nóg een eigenschap waar ik tegenwoordig in ben geïnteresseerd: ze maken een stof aan, silymarine, die kan helpen in de kankerbestrijding.
Deze witgevlekte stekelplant blijkt niet de enige plant op Lesvos met mogelijke antikanker-eigenschappen: ook extracten van rozemarijn, peterselie, broccoli, selderij, tomaten, druiven, knoflook, saffraan, rode ui en rode kool zweven in reageerbuisjes van de medische laboratoria, in de hoop op een doorbraak.
Ik zal geen kuur meer vinden die de kanker voorgoed mijn lichaam uit kan jagen. Er zijn heel wat niet officiële middeltjes die zeggen dat wél te kunnen, maar daar geloof ik niet in. Ik berust in mijn lot. Maar nu die hele plantenweelde de kop opsteekt en ik me verdiep in wat die zoal voor de mens kan betekenen, vraag ik me af of ik toch maar elke dag een portie mariadistels naar binnen moet werken, al mijn eten met rozemarijn moet kruiden en of ik nog veel meer broccoli op mijn bordje moet leggen.
Nu moet ik zeggen dat ik een fervent liefhebber ben van tomaten, die ik ‘s zomers in zowat elke maaltijd stop, net zoals ik gek ben op druiven, saffraan, uien en knoflook. En toch heb ik kanker gekregen. Er wordt dan ook nergens gegarandeerd dat deze planten echt helpen. Wetenschappers zijn ermee bezig, zullen we maar zeggen.
Maar het knaagt aan me. En wanneer ik het rijtje antikanker-planten doorneem, besef ik opeens dat een van mijn favoriete gerechten van deze winter een interessante dosis antikanker-stoffen bevat.
In de zomer eet je choriatiki, de zogenaamde dorpssalade met tomaten, komkommer, feta, uien en olijven. Wil je tomaten echter inzetten tegen kanker, dan moet je dagelijks een flinke hoeveelheid gekóókte tomaten tot je nemen. In de winter kun je een gemengde salade bestellen, anamichti, waarin meestal geraspte rode en witte kool, wortel, rode ui en groene sla zit. Vroeger goten de Grieken daar wat olijfolie en azijn over, maar dit jaar hebben zelfs de meest afgelegen tavernes de vinaigrette ontdekt, wat die salade nog meer smaak geeft. Vooral rode kool en rode uien bevatten stoffen die sterk staan in de strijd tegen die vermaledijde kankercellen. Strooi je er ook nog wat peterselie en rozemarijn over, gegarneerd met wat broccoli, dan heb je een perfecte antikanker-salade. Je kankervrij eten, dat zou toch wat zijn.
* Zie: Klapperende donderbloemen
** Zie: Tussen hoop en Hades
*** Zie: Champignons gevuld met mariadistel










