Terpander uit Antissa

(Muren van Oud-Antissa)

Luid klinkende, snelle voetstappen over de stoffige keien haalden Terpander uit zijn slaap. In de smalle straatjes galmde het kletsen van blote voeten en enkele sandalen des te luider. Met een uitgebreid gapen strekte de jonge Terpander zijn ledematen en stond op van zijn stromatras. Hij sloeg een doek om en ging naar buiten, waar hij zich bij de groepen opgewonden keuvelende mannen en kirrende vrouwen voegde, die uitgelaten kinderen achter zich aan trokken en zich richting het strand haastten, even buiten de stadspoorten. De naam van Orpheus lag op hun lippen, wat Terpander verwonderde, want volgens de geruchten was deze grote muzikant al een tijd geleden door een stel gestoorde vrouwen omgebracht.

Op het strand leek de gehele bevolking van Antissa bijeen te zijn gekomen. Er had zich een levendige kring van mensen gevormd om iets wat Terpander onmogelijk kon zien. Tegelijk met Terpander kwam ook de priester van de tempel van Apollo haastig aangerend. Meteen week de mensenmassa eerbiedig uiteen, zodat de priester de kring kon binnendringen, waar hij op zijn knieën viel en druk naar de hemel begon te gebaren. Toen hoorde Terpander pas wat er die morgen op het strand was aangespoeld: het hoofd én de lier van Orpheus! De priester wikkelde het hoofd in een rode mantel en nam het – voorzichtig voor zich uit dragend – mee naar de tempel, waarna het in een grot zou worden gelegd waar het hoofd naar hartenlust zou kunnen orakelen. De vissers die die morgen de verrassende vondst hadden gedaan, gooiden echter de lier in Terpanders armen, die trillend van ontzag dit haast mythische instrument mee naar huis nam.

Sindsdien leek het of de muziek van Orpheus bezit had genomen van Terpander. Hij hoefde zijn hoofd maar te heffen, of hij hoorde speelse noten meekomen met de wind die de bomen bespeelde en die hem tot nieuwe melodieën inspireerde. ‘s Avonds probeerde hij de nieuwe tonen uit in de tavernes waar hij zijn muziek ten gehore bracht. Om de zachte nuances in de muziek te vangen, voegde hij nog drie snaren toe aan het oorspronkelijk viersnarige instrument van Orpheus. Met succes. Zijn ster begon te rijzen, en als rondtrekkende muzikant bracht hij het tot in Lydië waar hij meerdere, met alcohol doordrenkte banketten meemaakte, een inspiratie tot nog nieuwere muziek en dronkemansliederen.

De faam van Terpanders magische muziek bereikte het verre Sparta, dat na eeuwige twisten een beetje murw was geslagen. Het orakel van Delphi wist het antwoord: “Haal de zanger van Lesvos”, was de boodschap. Dat kwam Terpander goed uit: misschien had hij wel genoeg van zijn kleine geboortestaat, maar er is ook iemand die schreef dat Terpander Antissa noodgedwongen moest verlaten, daar hij iemand een kopje kleiner had gemaakt.

Terpander begon in Sparta een muziekschool en wellicht was hij ook de organisator van het eerste Karneia festival van Sparta, in 676 v.Chr. Dit jaarlijkse gebeuren groeide later uit tot een groots, negendaags festival met allerhande spelen. Zolang het festival duurde, mochten soldaten het land niet uit en werd er niet gevochten, wat Athene in 490 v.Chr. bijna de kop kostte tijdens de beroemde slag bij Marathon, toen de Spartanen pas kwamen aanzetten nadat de strijd tegen de Perzen al was gestreden. Gelukkig had het lot toen al bepaald, dat de Grieken de indringers in de pan zouden hakken.

Vermoedelijk begon Karneia als een muziekfestival: feit is dat Terpander de wedstrijd glansrijk won. Daarna trok hij zegerijk door het land en langs verschillende festivals, zoals het Pythonfestival te Delphi dat elke twee jaar na de Olympische Spelen werd gehouden en waar gestreden werd in sport, muziek en dans. Terpander wist daar viermaal achtereen de door Apollo gezegende laurierkrans te bemachtigen.

De eenvoudige Terpander uit Antissa groeide uit tot Vader van de Griekse Muziek. Hij voegde niet alleen snaren toe aan de lier (en ontwierp hiermee min of meer de eerste kithara), maar hij legde zich ook toe op uitvoeren en zingen, een kunst die later bekend werd als kitharôidiawaarbij niet alleen de muziek en zang belangrijk waren, maar ook uiterlijk enperformance. Zelfs de Romeinen waren onder de indruk van deze Griekse muziekact, en de kitharôidiers werden dan ook als supersterren behandeld. Terpander leek wel de eerste muzikant met sterallures: er werd gefluisterd dat sommige concerten van hem alleen toegankelijk waren voor mensen die vooraf getest waren op hun muzikaliteit, en dat alleen deze uitverkorenen naar zijn verheven tonen mochten luisteren.

Rond 645 v.Chr. keerde Terpander terug naar Sparta om weer eens op het Karneia festival te spelen. Tijdens zijn optreden stopte hij een vijg in zijn mond en verslikte zich daarin, waarna hij stikte. Na zijn dood bleef het lange tijd traditie, dat elk festival in Sparta opende met een kitharaspeler uit Lesvos die kon bewijzen verwant te zijn aan Terpander: goeie muzikanten, die er meestal met de hoofdprijs vandoor gingen.

Ook Sappho moet van Terpander gehoord hebben. Of ze elkaar ooit hebben ontmoet en of Terpander een voorbeeld voor haar was, blijft verborgen in de duistere geschiedenis van die jaren, net zoals alles wat hierboven is geschreven over Terpander, een hoog gehalte heeft van waar of niet waar te kunnen zijn. Wetenschappers zijn het er echter over eens dat Terpander geen mythische maar wel degelijk een historisch persoon is geweest, afkomstig uit Antissa op Lesvos. En dat hij aan de wieg heeft gestaan van de huidige, zogeheten traditionele Griekse muziek.