De tulpenvelden van Chios

Lesvos behoort tot de geboorteregio van de tulpen (Turkije en omgeving). Uitgerekend die eigenwijze bloemen zijn mijn favorieten. Tijdens deze maanden mis ik ze. In Nederland, in het voorjaar, grossieren bollenstreken in tulpenvelden en lokt op bijna iedere hoek van de straat een bloemenverkoper met de meest uiteenlopende, gekweekte tulpen, emmers vol. Op Lesvos bloeien wilde tulpen alleen nog op diep weggestopte plekken. Enkel de Lidl wil wel eens een armzalig bosje verkopen.

Chios heeft de naam het eiland van de tulpen te zijn. Dus vol verwachting stapte ik op de boot naar het buureiland van Lesvos – slechts drie uurtjes varen – in gezelschap van een orchideeënjager. Foutje!, want Chios bezweek haast onder de last van deze bloemen. Velden vol naakte mannetjes (Orchis italica), navelstaarders (Ophrys umbilicata) en grote Robert orchideeën (Himantoglossum robertianum) waren moeilijk te ontwijken. Zonder één spoor van tulpen.

De zoektocht naar tulpen kwam duidelijk in het gedrang tijdens de paar dagen die ik op Chios verbleef. De tulpen schijnen alleen maar in de regio Kallimasia te bloeien, terwijl mijn vrienden en ik een charmante woning bij Volissos hadden gehuurd. Daar rolde je van je bed zó de weides vol orchideeën in. Van daaruit was het niet ver om de grot van de Heilige Melk, Anavatos, Pirgi en Mesta te bezoeken, alle op onze ‘to do’-lijst.

Het was minstens 20 jaar geleden dat ik op Chios geweest was, dus verheugde ik me op het weerzien met Pirgi. Het vestingstadje met zijn wit-zwart mozaïekachtige muren maakte echter een verslonsde indruk en het handjevol toeristen dat er rondliep, werd voortdurend belaagd door wanhopige souvenirverkopers. In tegenstelling tot het middeleeuwse Mesta met zijn schilderachtige steegjes en talloze poorten en bogen, dat veel meer indruk maakte dan vroeger, net zoals het op een onneembare rots gevestigde Anavatos, met zijn treurige geschiedenis.

Hoe is het mogelijk dat ik nog nooit had gehoord van de spectaculaire grot van de Heilige Melk, terwijl ik zo vaak Chios bezocht? Het oude dorp (Agia Gala), aan de voet waarvan de grotten zich bevinden, schitterde net als Anavatos op de top van een hoge, rotsachtige berg. Beneden was het netjes ingericht voor grotbezoekers, echter alleen toegankelijk in de zomer. Tijdens de andere maanden heerst de winterslaap. Onze teleurstelling viel mee, aangezien de schitterende ligging tussen woeste bergen en de overvliegende roofvogels die het zaakje in de gaten hielden, ons al stil van bewondering hadden gekregen. De urenlange tocht erheen, door oneindige bloemenzeeën en langs tal van interessante, oude dorpjes, was memorabel.

Ik begon me af te vragen waarom het toerisme op dit eiland zo weinig om het lijf heeft. De dramatisch mooie, steile westkust met een schier oneindige keuze aan romantische strandjes, de fiere, oude wachttorens langs de kustlijnen waarvan vele nog in stilte uitkijken over de blauwe Egeïsche zee, al die dorpjes met huizen die zó het museum in kunnen, twee indrukwekkende grotten… Waarom gaan er zo weinig vakantievierders naar Chios?

Lesvos smacht naar toerisme, Samos’ stranden zitten ’s zomers tjokvol, maar Chios houdt het eiland liever voor zichzelf. Ze hebben hun mastiekbomen, reders en kapiteins, die het eiland kennelijk draaiende houden. Met een handjevol toeristen willen ze best hun schatten delen, maar al hun stranden makkelijk toegankelijk maken voor buitenstaanders, het vochtige zand volplempen met bedden en parasols zoals op Samos, dat hoeft nou ook weer niet.

Van de weinige Chiosgangers vielen veel mensen af na de desastreuze branden in 2012 en 2016, toen flinke delen van vooral de mastiekstreek in vlammen opgingen. Zwartgeblakerde bomen markeren de grenzen van die ramp. Maar inmiddels doet kleurrijke vegetatie hard zijn best om de uitgestrekte, verbrande bergruggen te overwoekeren.

Volissos, het stadje dat in aanmerking komt als geboorteplaats van Homeros, was een andere ontdekking. Het topje van het dorp (met burcht) kan zelfs een beetje wedijveren met Mesta. Het straalt een en al vriendelijkheid uit en is duidelijk het centrum van een rijke streek, vol verlaten stranden en wijnbouw.

De dag van de tulpen was zwaar bewolkt en regenachtig. In de wirwar van groene heuvels rond Kallimasia en de mistige nattigheid was het moeilijk zoeken. We hadden een tulpengids moeten inhuren, want het enige wat we vonden was een stuwmeer, orchideeën, talloze andere bloemen, hopvogels en… slechts een handjevol tulpen.

Om dit jaar mijn behoefte tulpen te zien te bevredigen, ben ik gisteren naar Vrisa gereden om het tulpenveld van Lesvos – wat eigenlijk een bos met tulpen is – te bezoeken. Daar stonden ze dan weer: ’n zee van rode bloemkoppen te midden van zachtgroene bladeren. Rond de paasdagen en vóór 1 mei trekken de Grieken er traditioneel op uit om bloemen te plukken. Gegarandeerd dat zij weten waar de tulpen bloeien. De tien tulpen die nu al in de tulpenoceaan boven Vrisa missen, staan bij mij in een vaas: om de pijn van de mislukte zoektocht naar de tulpenvelden van Chios te verzachten.